HAAGS WERK

HET PORTIEKHUIS

Het portiekbuis heeft zich sinds 25 jaar meer en meer ingeburgerd en wel in zoodanige mate, dat Den Haag zich in haar bebouwing van andere groote Hollandsche steden als Amsterdam en Rotterdam, daarin onderscheidt, en, door wijze van uitvoering (de vrijheid van het gezin) bovenaan staat.

 

Steeds heeft men in sterke mate hier ter plaatse, de tweede»etagebezwaren bij verhuur gevoeld. Er wordt hier aan een derde verdieping, als elders niet gedacht, maar men vergete niét, dat de duurdere fundatie in Amsterdam en Rotterdam bij de exploitatie-mogelijkheden haar invloed liet gelden,  zoodat ter verkrijging van voldoende rentabiliteit de derde vérdieping niet kon uitblijven én in die steden overwegend zelfs vierhoog gebouwd woedt, wat ten onzent haast niet voorkomt.

 

De particuliere bouwnijverheid, doordrongen van de moeilijkheden bij het verhuren van eerste en tweede verdiepingen met een gemeenschappelijke trap, toegang voor twee gezinnen, vond de oplossing, door een gemeenschappelijke open bultentrap te maken, die binnen de rooilijn der gevels ingebouwd. Voor de trap en het bordes kwam een overbouwde ruimte en aan dit soort perceelen werd den naam portiekhuis gegeven.

 

De eerste ondernemer, die deze huizen bouwde was in 1900 de heer S. v. Steen, volgens ontwerp van wijlen architect Stoffels, aan de Delltschelaan, en de bouwers zullen wellicht nooit gedacht hebben dat hun bouwwijze zooveel navolging zou vinden. Hadden zij auteursrecht bedongen, zij zouden mogelijk een Amerikaansch vermogen hebben verworven, want sindsdien zijn van de meer dan 200.000 nieuwe inwoners, op zn minst 100.000 in zulk soort woningen gehuisvest.

 

 

Tekstpagina

1

2

3

4

5

6

Door de hoogere bouwwijze in Amsterdam en Rotterdam maakte de portiekoplossing aldaar niet den opgang van hier en beperkte deze bouw zich betrekkelijk tot enkele gevallen van navolging. Zoo bouwde o.a. in 191, de bekende Haagsche bouwondernemer Joh. Olivier aan den Beukelsdijk te Rotterdam een groep portiekhuizen, maar ze vonden geen aftrek. De portiekhuisbouw is dan ook geworden een speciaal Haagsche bouwwijze. De eerste dezer woningen verrezen in den Zusterpolder in ‘t begin dezer eeuw, vervolgens in de Transvaalbuurt en in ‘t Engelenburgkwartier. Het leek een oogenblik dat Den Haag zijn nieuwe stadsuitbreiding, zoowel in het Bezuidenhout- als in ‘t Duinoordkwartier met het portiekhuis zou volbouwen, te meer omdat het minder oeconomische boven- en benedenhuis er goed door vervangen werd. Het portiekhuis is voor Den Haag oeconomisch en wat het aangenaam wonen aangaat, een vondst gebleken.

-

-